Kimchi, één van de gezondste gerechten ter wereld

Kimchi, het U.S. Health Magazine benoemde het tot één van de gezondste gerechten ter wereld, maar in ons kikkerlandje is het vrij onbekend. Wat stamppot is voor ons, is kimchi voor de Koreanen, maar dan veel pittiger. Kimchi kent ongeveer net zoveel variaties als dat Korea aan inwoners telt, maar de basis van dit traditionele Koreaanse gerecht is steeds hetzelfde: gefermenteerde Chinese kool. Het wordt bij ontbijt, lunch en avondeten gegeten zowel als bij- maar ook als hoofdgerecht. Dit gerecht is goedkoop, zeer lang houdbaar, laag in calorieën en gezond door de vele vitamines en de lactobacillen, bacteriën die bijdragen aan een gezonde darmflora.

Ik kwam er een jaar of acht geleden voor het eerst mee in aanraking in Korea Zwitserland (of all places), niet omdat ik op zoek was naar een oppepper voor mijn darmen, maar omdat ik een helse kater had waar ik dringend vanaf wilde. Wat blijkt, tegen de tijd dat je een portie kimchi op hebt, heb je de kater er zo een beetje weer uit gezweet en kun je er weer tegen aan. Enthousiast keerde ik terug naar Nederland, op zoek naar een restaurant waar ze dit effectieve wondermiddel maakten (ik 'studeerde', dus dit soort zaken waren belangrijk), maar elke keer als ik vroeg 'hebben jullie kimchi?' kreeg ik een zakdoekje aangeboden en een 'gezondheid!'. Pas toen ik in Praag ging studeren ontdekte ik een Koreaans restaurantje waar ik de nodige keren heb ontbeten (lees: tot leven ben gewekt, in Praag 'studeerde' ik namelijk nog harder). Omdat studenten het nou eenmaal niet breed hebben, kon ik echter niet altijd buiten de deur eten. Ik vond online een recept en vulde de koelkast met bakken kimchi, waar mijn huisgenoten en ik dankbaar gebruik van maakten op alle dagen van de week dagen dat we uit waren geweest. In die periode van mijn leven was ik overigens helemaal niet bezig met mijn gezondheid en had ik totaal niet door wat voor pareltje op het gebied van gezond eten ik had leren maken.

Wederom terug in Nederland stak ik mijn vader aan met het kimchi-virus en voor hem schreef ik ooit het recept dat als basis heeft gediend voor het recept van vandaag. Traditionele kimchi wordt namelijk gemaakt met vissaus en garnalenpasta en omdat ik er graag een vegan versie van wilde maken moest ik het aanpassen (ik ben officieel geen vegan, maar doe vier á vijf dagen per week alsof). Al googlend (en nieuwe woorden verzinnend) combineerde ik verschillende recepten en maakte ik mijn eigen variant kimchi en dat recept deel ik vandaag met jullie. Het enige dat ik niet heb kunnen veranderen is de toevoeging van suiker, want dat is nodig voor het fermentatieproces. Het is echter zo weinig, dat het verwaarloosbaar is.

Voor we aan slag gaan nog even wat algemene info. Het is niet efficiënt of zinvol om kimchi in een kleine hoeveelheid te maken. Het goede nieuws is dat kimchi door de fermentatie zo een beetje oneindig houdbaar is (niet echt hoor, maar minimaal een week of 4), dus tijd zat om een grotere portie op te eten. Daarnaast wil ik even benadrukken dat dit recept niet het traditionele recept is, zodat ik geen boze mailtjes van Koreaanse mensen ontvang over dat ik hun traditionele keuken te schande maak op mijn blogje. Voor het traditionele recept kun je terecht bij de geweldige Maangchi. Tot slot, kimchi is pittig, dus het is niet voor iedereen. Wil je het perse proberen, dan is het een kwestie van doorzetten, want je went er snel genoeg aan. En dan nu, aan de slag!

Ingrediënten

kimchi
  • 2 Chinese kolen;
  • 1/2 daikon radijs;
  • 1 grote wortel (of 2 kleintjes);
  • 1 ui;
  • 10 teentjes knoflook;
  • 5 lente-uitjes;
  • een stukje gember van ongeveer 2 cm;
  • 1 prei;
  • 100 gram zout;
  • 1 el suiker;
  • 1 el rijstbloem (maar gewone bloem mag ook);
  • 200 gram gochugaru (dit is Koreaans peperpoeder en maakt de lekkerste kimchi, maar andere rode peperpoeder mag ook);
  • 150 gram rode misopasta.

Werkwijze

1. Halveer de Chinese kolen door de lengte, snijd elke helft door de lengte in drie stukken en snijd de parten vervolgens weer in stukjes van 2,5 tot 3 centimeter breed.

kimchi

2. Doe de Chinese kool nu in een vergiet en spoel het goed met water. Neem een grote kom, doe daar steeds een laagje kool gevolgd door een flinke hoeveelheid zout. Ga hiermee door tot alle Chinese kool bedekt is met zout. Dit laat je nu twee uurtjes staan. Maak je geen zorgen voer de grote hoeveelheid zout, dit spoel je er strakjes weer vanaf.

kimchi

3. Zet ondertussen een klein pannetje met 250 ml water op het vuur. Zodra het water kookt voeg je er 1 eetlepel rijstbloem aan toe. Als je geen rijstbloem hebt, kun je ook gewone bloem gebruiken. Laat dit ongeveer vijf minuutjes pruttelen op laag vuur, terwijl je continue roert (doe je dat niet, dan kun je je fornuis daarna gaan schrobben omdat het mengsel dan begint over te lopen). Na verloop van tijd wordt het mengsel dikker, een beetje zoals lijm. Vlak voor je het pannetje van het vuur haalt voeg je 1 eetlepel suiker toe en roer je goed om zodat de suiker smelt. Laat het mengsel rustig afkoelen.

kimchi

4. Nu ga je de groente snijden. Heb je een foodprocessor (geluksvogel) dan ben je vrij snel klaar, maar als je met de hand moet gaan hakken, raad ik aan om je messen even te slijpen, want dan ben je wel even zoet.

5. Pel de knoflook (bij deze hoeveelheden knoflook is het handig om zo een siliconen tubetje te gebruiken als je het hebt, waarmee je het velletje makkelijk verwijdert, zoals hieronder op de foto). Schil de gember. Snijd de groene, harde stukken van de prei en de onderkantjes van de lente-uien.

kimchi

6. Als je geen foodprocessor hebt, ga je nu alles heel fijn snijden. Heb je wel een foodprocessor, dan gooi je er alles in en laat je hem zijn gang gaan tot alles klein (maar fijn) is.

kimchi

7. Schil de wortel en de daikon radijs en rasp deze op een grove rasp.

kimchi

8. Zodra het bloem + water mengsel is afgekoeld voeg je de rode pepers en de misopasta eraan toe en roer je dit goed door zodat alle ingrediënten gelijkmatig verdeeld zijn.

kimchi

9. Doe alle gesneden en geraspte groenten in een kom en voeg daar de rode peperpasta aan toe en schep dit wederom goed om zodat alle groenten bedekt zijn met de pasta.

kimchi

10. Zodra de Chinese kool twee uur heeft gestaan neem je een vergiet waar je een deel van de kool in doet waarna je het goed met koud water spoelt. Het gespoelde deel doe je in een nieuwe kom en zo ga je verder totdat alle kool is gespoeld. Zodra je klaar bent, begin je gewoon weer opnieuw, anders krijg je kimchi met een korreltje zout (ja, ik schud de ene na de andere hi-la-ri-sche grap eruit).

11.  Laat de kool goed uitdruipen zodat hij niet te vochtig is. Heb je haast, dep het dan droog met een schone handdoek.

12. Voeg nu de rode peperpasta door de kool. Je kunt dit doen met de hand, draag dan wel handschoenen (maar dat is niet milieuvriendelijk) of schep voorzichtig om met een grote lepel. Dit laatste duurt wat langer omdat je voorzichtiger moet zijn om de kool niet te beschadigen.

13. Zodra de pasta evenredig is verdeeld over de kool doe je het hele mengsel in glazen weckpotten of andere, bij voorkeur glazen, afsluitbare bakjes. Doe het deksel erop en laat de eerste 24 uur buiten de koelkast staan. Als je glazen potten gebruikt, doe het deksel dan niet helemaal dicht, maar laat een stukje open. Door het fermentatieproces kunnen er namelijk gassen ontstaan die moeten kunnen ontsnappen. Je ziet dat het begint te fermenteren omdat er kleine belletjes ontstaan aan het oppervlak.

14. Na 24 uur doe je je kimchi in de koelkast en daar laat je hem nog minimaal een weekje staan, maar bij voorkeur langer. Hoe langer het staat, hoe intenser de smaken worden.

15. Na minimaal een week is  het grote moment daar. Je doet het deksel open, er komt een frisse, maar licht zurige geur vanaf. Je neemt wat rijst, misschien een beetje biologische tofu, wat geroosterde sesamzaadjes, eventueel wat fijn gehakte lente-uitjes en je eet een overheerlijk, puur gerecht dat ook nog ontzettend gezond is.

kimchi

Kimchi is zó veelzijdig, je kunt er echt alle kanten mee op. Manlief eet het op zijn brood als ontbijt, anderen verwerken het in een omeletje, maar ik eet het het liefst in een (vegetarisch) stoofpotje. Hoe je dat maakt deel ik later deze maand met jullie.

Wat vinden jullie? Het proberen waard? Ik ben heel benieuwd!

0 berichten

Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste om een ​​reactie achter te laten!

Laat een reactie achter